Bij het Olympisch Stadion in Amsterdam vond vandaag de jaarlijkse Nationale Sportherdenking plaats. Dit jaar stond de herdenking in het teken van de paardensport en werden Nederlandse sporters herdacht die tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwamen.
De achtergrondverhalen over paardensporters uit de Tweede Wereldoorlog waren indrukwekkend. Voor hen was vrijheid niet vanzelfsprekend. Als amazone weet ik hoe vrij je je kunt voelen op een paard. Vrijheid zit soms in iets heel eenvoudigs en vandaag besefte ik opnieuw hoe kostbaar dat is.
Bij de ceremonie waren drie toespraken van onder anderen NOC*NSF-voorzitter Anneke van Zanen-Nieberg en locoburgemeester Sofyan Mbarki. Als laatste mocht ik mijn toespraak voordragen, die hieronder in zijn geheel te lezen is.
Er werden ook vijf kransen gelegd, in de vorm van de Olympische ringen. Samen met Urby Emanuelson mocht ik de rode krans leggen. Een ontzettende eer om hierbij aanwezig te mogen zijn.
Toespraak Rixt:
“Vandaag herdenken we de mensen van wie vrijheid, toekomst en leven zijn afgenomen. Daardoor voel je ook des te meer wat vrijheid waard is.
Als ik op mijn paard zit, voel ik me vrij. Niet omdat mijn beperking er dan niet meer is, maar wel omdat die even minder op de voorgrond staat. Dan voel ik me op mijn plek, waar ik er gewoon mag zijn. En dat gevoel van vrijheid betekent heel veel.
Soms zit vrijheid in iets heel eenvoudigs. In kunnen bewegen. In mee kunnen doen. In de ruimte voelen om jezelf te zijn en gelijkwaardig behandeld te worden. In de sport vergeten we soms hoe bijzonder dat eigenlijk is. Misschien is dat ook wat herdenken doet: ons opnieuw laten beseffen hoe kwetsbaar zulke dingen zijn, én hoe belangrijk het blijft om oog te houden voor mensen voor wie dat nog altijd niet vanzelfsprekend is.
Eerlijk gezegd heb ik daar nooit eerder zo bij stilgestaan. Maar door hier vandaag te mogen zijn, heb ik bijzondere en aangrijpende verhalen leren kennen over paardensporters van tachtig jaar geleden. Ook zij hielden zich bezig met datzelfde thema van vrijheid, maar dan in totaal andere omstandigheden. Daardoor voel je ook: het is iets van toen, maar niet alleen van toen.
In 1936, een tijd waarin de paardensport vooral door beroepsmilitairen werd beoefend, deed Eddy Kahn als burgerruiter mee aan de Olympische Spelen. Dat bleef me bij, omdat ik als paralympisch amazone weet hoe veel sport voor iemand kan betekenen en hoe verweven het kan raken met wie je bent.
Dat heeft me aan het denken gezet over wat paardensport kan betekenen, los van prestatie of competitie. Wat betekent paardrijden eigenlijk voor mij? Als ik daaraan denk, kom ik steeds weer uit bij de bijzondere band met mijn paard. In die samenwerking zit iets puurs. Het vraagt vertrouwen, gevoel en wederzijds respect. Een paard oordeelt niet, maar voelt feilloos aan hoe jij in het moment bent. Een paard kan troost bieden. Zonder woorden.
Tijdens de oorlog zijn er veel paarden in beslag genomen. Sportpaarden, maar vooral werkpaarden van boerderijen. Toen ik dat las, dacht ik ook aan thuis. Bij mijn moeder´s pake en beppe (Fries voor opa en oma) zijn in de oorlog ook paarden meegenomen. Voor buitenstaanders waren dat misschien gewoon werkpaarden. Maar voor hen waren het dieren die bij hun leven hoorden. Dieren die je door-en-door kent, die elke dag om je heen zijn en waar je aan gehecht raakt.
De band tussen mens en paard gaat al generaties lang terug. Die diepe connectie kan ook iets helends hebben. Misschien komt het ook daardoor dat deze verhalen nog steeds binnenkomen. Omdat ze iets laten zien wat groter is dan sport alleen.
Besef dat vrijheid geen vast gegeven is. We leven in een tijd waarin onrust, dreiging en oorlog opnieuw dichterbij komen. Herdenken gaat niet alleen over wat geweest is, maar krijgt in deze tijd extra lading. In hoe we met elkaar leven. In hoe we naar elkaar kijken. En in wat er onder druk komt te staan zodra vrijheid en menselijkheid niet meer zeker zijn.
Daarom staan we hier vandaag samen stil.”